Giphart in Big Lit

Het inct.archief van de digitale geschiedenis

Auteur: Jak BoumansPublieksmedia
voeg toe aan mijn kennisbank
Giphart in Big Lit

De schrijver Ronald Giphart gaat samen met een robot een boek componeren. De robot kan putten uit een computer waarin meer dan tienduizend Nederlandstalige literaire werken zijn opgeslagen. Giphart werkt niet alleen met de robot samen, maar ook met medewerkers van het Meertens Instituut en de Universiteit van Antwerpen.

In zijn computerproject maakt Giphart in feite gebruik van de laatste ICT-trend, Big Data. Deze techniek, waarbij veel data worden verzameld en nader geanalyseerd, wordt in de boekenwereld al gebruikt voor het optimaliseren van de distributie en analyse van de abonneepopulatie. Maar ook in andere disciplines wordt Big Data gebruikt. Zo zijn er tegenwoordig data-journalisten die dataverzamelingen napluizen en de relevante gegevens visualiseren in infographics. En een kunstenaar als Geert Mul maakt bijvoorbeeld op basis van digitale fotoverzamelingen presentaties, waarbij de ene foto via een associatie leidt naar een andere foto. Giphart gaat nu op basis van algoritmes met een robot vissen in de zee van meer dan een half miljard woorden en miljoenen paragrafen. Is dit literaire project het begin de Big Lit-trend?

Elektronische literatuur

Elektronische literatuur heeft in Nederland nog geen grote geschiedenis. De paar voorbeelden die er zijn laten zien dat deze kunstvorm de technische trends en platforms volgt. Zo zijn er verschillende aanduidingen voor elektronische literatuur: hypertext-literatuur, interactieve literatuur, multimediale literatuur, schermliteratuur, computergegenereerde poëzie, cyberpoëzie en flitsgedichten. De vraag blijft of het elektronische literatuur of interactieve literatuur is, afgekort als e-Lit of i-Lit. Daarbij geeft het gebruikte besturingssysteem waarschijnlijk de doorslag. In Nederland is e-Lit altijd sterk platformgebonden geweest, zoals blijkt uit deze voorbeelden van na 1990.

LiTTerair

In 1990 werd in Brugge een nieuwe rubriek van NOS Teletekst gepresenteerd: LiTTerair, gewijd aan de Nederlandstalige literatuur. Naast informatie over de literaire wereld werden ook gedichten op de Teletekstpagina’s gepresenteerd. De lay-out van de pagina’s was beperkt tot 24 regels per pagina en veertig tekens per regel. Er waren zeven opmaakkleuren en een knipperfaciliteit voor letters. Door de grafische beperkingen hadden bijvoorbeeld auto’s vierkante wielen. De rubriek is niettemin twintig jaar aanwezig geweest op Teletekst en wordt onder de naam Literatuurplein voortgezet op internet.
 

In 1994 dringt internet dankzij De Digitale Stad door tot de consument en verschijnt een eerste debuutroman in het Nederlands op het nieuwe medium. De interactieve raamvertelling Roes der Zinnen gaat over de ervaringen die een fotomodel heeft met 15 fotografen. De roman wordt door de auteur Marcel Bullinga op een eigen internetsite aangeboden en op floppy disc voor 25 gulden verkocht. Naast ongelimiteerde ruimte voor teksten biedt het internet de auteur de mogelijkheid om lezers door de roman te laten springen via hypertext. Daarnaast wordt de tekst ondersteund met foto’s.

In 1995 wordt de elektrische novelle Schaman gaat voor goud van G. van Schoonhoven op cd-rom uitgegeven. In de novelle zwerft Schaman door de stad op zoek naar 'de grote stem'. De cd-rom bevat behalve tekst ook muziek.

Tonnus Oosterhoff

In 2012 ontving Tonnus Oosterhoff de PC Hooftprijs 2012 voor poëzie. Tonnus Oosterhoff is een dichter die niet alleen een stel gedichtenbundels laat uitgeven, hij experimenteert ook met poëzie op het scherm, cyberpoëzie. Hij zet niet zomaar wat gedichten op het scherm als was het een poëtisch microblog, maar hij experimenteert met de mogelijkheden van elektronische presentatie. Onder zijn gedicht Toch is het wordt een stuk van Bach afgespeeld. De dichter speelt met woorden, maar niet regel na regel en niet woord na woord, maar door zinnen met ruimte ertussen en woorden met willekeurige spaties ertussen te laten zweven. Het is behalve tekst ook een visueel woordenspel. In het project C.a.p.e. Drop-Dog (samen met CREW) konden bezoekers van Poetry International in 2017 zich door middel van virtual reality onderdompelen in de wereld van twee korte verhalen van Tonnus Oosterhoff: Drop en Dog. De combinatie van kijken, lezen, horen en bewegen heeft een impact op de leeservaring: de bezoeker voelt wat er gelezen wordt in het ‘hier en nu’. Zonder andere e-literatoren tekort te doen is Tonnus Oosterhof ongetwijfeld de meest veelzijdige e-literator van het moment.

Mobiele poëzie

Sinds de komst van SMS in 1992 en Twitter in 2006 is er ook mobiele poëzie aan het ontstaan. Journalist en dichter Sofie Cerutti heeft vanaf 2006 SMS-gedichten van 160 tekens gepubliceerd en verzameld. Met de opkomst van Twitter is de lengte teruggebracht tot 140 tekens, die soms voorzien zijn van foto’s.
 
Met Big Lit slaat Giphart een nieuwe weg in e-Lit in: het componeren van een (e-)boek met behulp van een robot uit een zee van elektronische Nederlandstalige boeken.
 
Jak Boumans is auteur van Toen digitale media nog nieuw waren – Pre-internet in de polder (1967-1997).
 
Illustraties
Laatste pagina van Teletekst Literair
Cd-rom Schaman gaat voor goud (Collectie Jak Boumans)
Tonnus Oosterhoff